De uitvoeringsbesluiten van de Wet op de defensiegereedheid bevestigen eerdere zorgen van het NJCM

In een eerdere brief heeft de werkgroep Staats- en bestuursrecht van het NJCM zijn zorgen uitgesproken over het voorstel voor de Wet op de defensiegereedheid (Wodg). Nu, ter gelegenheid van de internetconsultatie van de drie uitvoeringsbesluiten bij de Wodg, brengt de werkgroep deze zorgen nogmaals onder de aandacht. Hoewel het doel van deze besluiten legitiem is, brengt de aanpak die de regering heeft gekozen andere belangen in het gedrang, die nochtans raken aan fundamentele mensenrechten. Deze brief gaat vooral in op de gevolgen van het Besluit gegevensverwerking defensie voor het recht op privacy, en de gevolgen van het Besluit defensiegereedheid fysieke leefomgeving voor het recht op een gezonde, schone en duurzame leefomgeving. Een terugkerende vraag is waarom ingrijpende en potentieel permanente afwijkingen van bestaande wettelijke normen noodzakelijk, subsidiair en proportioneel zijn. Deze vraag raakt aan de overkoepelende risico’s omtrent de Wodg-systematiek, die we eerder geuit hebben.

Drie zorgwekkende punten op een rij:

  1. Het risico bestaat dat de systematiek van de Wet defensiegereedheid en de uitvoeringsbesluiten ingrijpender uitpakt dan het formele staatsnoodrecht, omdat de Wodg-systematiek erin bestaat dat de regering en minister van Defensie een ruime discretionaire bevoegdheid krijgen om af te wijken van bestaande wetgeving, zonder dat daar de waarborgen en het tijdelijke karakter van het staatsnoodrecht tegenover staan.
    2. De reikwijdte van de mogelijkheid tot verwerking van persoonsgegevens, waaronder bijzonder gevoelige persoonsgegevens, is onduidelijk afgebakend doordat deze reikwijdte gekoppeld is aan de potentieel zeer ruime definitie van gereedstelling en een groot deel van de uitwerking gedelegeerd is aan de regering. Het NJCM schaart zich achter de aanbeveling van de Raad van State om zoveel mogelijk in de Wet op de defensiegereedheid zelf te regelen, omdat inperking van grondrechten een formeel-wettelijke basis vereist. Het NJCM stelt dat het recht op privacy door deze regeling en de bovenliggende wet onevenredig wordt ingeperkt.
    3. De Wodg en het Besluit defensiegereedheid fysieke leefomgeving plaatsen het defensiebelang per definitie boven andere belangen in het domein van de fysieke leefomgeving, zoals het recht van inwoners op een bewoonbaar land en een schone, gezonde en duurzame leefomgeving. Er moet ruimte blijven voor een daadwerkelijke afweging van deze belangen, omdat deze kwestie raakt aan mensenrechten en verdragsverplichtingen. Het NJCM drukt de minister van Defensie op het hart om de belofte na te komen dat negatieve effecten voor omwonenden zoveel mogelijk beperkt blijven, en verzoekt de regering om een goede motivering te voorzien in de paragraaf over hoger recht in de nota van toelichting bij het ontwerp-Besluit defensiegereedheid fysieke leefomgeving.

Lees de volledige reactie hier.

De brief is ingediend in reactie op drie internetconsultaties: