NJCM roept op tot gelijkwaardige klimaatbescherming voor Caribisch Nederland

De werkgroep Staats- & Bestuursrecht van het NJCM heeft een zienswijze ingediend op de ontwerp-Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2026. De Nationale Klimaatadaptiestrategie (hierna: NAS) beschrijft hoe Nederland zich moet voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering: niet langer alleen de klassieke strijd tegen de zee, maar ook wateroverlast vanuit rivieren en neerslag, verzilting, extreme hitte, en in Caribisch Nederland bovendien stijgende temperaturen, zwaardere orkanen en zeespiegelstijging. Het NJCM verwelkomt dat de ontwerp-NAS voor het eerst een apart hoofdstuk aan Caribisch Nederland wijdt, maar signaleert dat dit hoofdstuk op belangrijke punten tekortschiet.

Kern van de zienswijze is dat de rijksoverheid verplicht is de mensenrechten van inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op gelijkwaardige wijze te beschermen als die van inwoners van Europees Nederland. Het NJCM plaatst dit uitgangspunt in een bredere juridische context: het advies van het Internationaal Gerechtshof over de verplichtingen van staten bij klimaatverandering, en de uitspraak van de rechtbank Den Haag in de Klimaatzaak Bonaire, waarin de Staat is veroordeeld wegens schending van artikel 8 EVRM. Die uitspraak bevestigt volgens het NJCM wat al langer zichtbaar is: de structurele achterstelling van Caribisch Nederland ten opzichte van Europees Nederland. Tegen die achtergrond meent het NJCM dat de ontwerp-NAS onvoldoende recht doet aan de omvang van de adaptatieopgave en aan de rechtspositie van de eilandbewoners.

De zienswijze doet vier concrete aanbevelingen om hoofdstuk 5 van de ontwerp-NAS aan te scherpen. Ten eerste vraagt het NJCM om iedere afwijking van het Europees-Nederlandse adaptatiebeleid expliciet te motiveren en aan te tonen dat een gelijkwaardig beschermingsniveau gewaarborgd blijft; maatwerk mag nooit verworden tot een lagere norm. Ten tweede pleit het NJCM voor heldere, concrete normen voor klimaatadaptatie op de eilanden — vergelijkbaar met het risiconiveau dat in Europees Nederland geldt, bijvoorbeeld rond overstromingsgevaar — aangevuld met formele uitbreiding van relevante klimaat- en milieuverdragen naar Caribisch Nederland. Ten derde bepleit het NJCM een heldere taakverdeling waarin de openbare lichamen zelf regie voeren over de uitvoering en volwaardige inspraak krijgen, terwijl het Rijk faciliterend optreedt om aan zijn eigen zorgplicht te voldoen. Ten vierde roept het NJCM op tot structurele en aanvullende financiering, bijvoorbeeld door het Deltafonds open te stellen voor de eilanden of een apart Caribisch adaptatiefonds op te richten, en tot verdere versterking van de lokale uitvoeringscapaciteit.

Tot slot benadrukt het NJCM dat effectieve adaptatie niet los kan worden gezien van ambitieus mitigatiebeleid: alleen wanneer Nederland ook de uitstoot van broeikasgassen op het hele grondgebied krachtig terugdringt, is de bescherming van Caribisch Nederland tegen de gevolgen van klimaatverandering op de lange termijn houdbaar. Met de zienswijze onderstreept het NJCM dat klimaatadaptatie niet enkel een technische of financiële opgave is, maar in de kern een mensenrechtenvraagstuk waarbij gelijkwaardigheid tussen alle delen van het Koninkrijk het uitgangspunt moet zijn.

Lees hier de hele brief.