Reactie NJCM op regeerakkoord 2017

Het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) heeft de minister president gefeliciteerd met zijn nieuwe kabinet, en heeft kennis genomen van het regeerakkoord.

Hoewel het NJCM verheugd is dat het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ op verschillende terreinen positieve aandacht besteedt aan mensenrechten, heeft het NJCM ook zorgen. Voor een aantal punten wil het NJCM in het bijzonder aandacht vragen: bescherming van privacy, het overeind houden van mensenrechten bij terrorismebestrijding, het recht op een gezond klimaat en een aantal onderwerpen dat samenhangt met migratie.

Deze onderwerpen worden hieronder verder uitgewerkt:

Privacy

In het regeerakkoord is veel aandacht voor kwesties die raken aan privacy en de bescherming van persoonsgegevens, zoals maatregelen in het kader van terrorismebestrijding en de verruiming van de mogelijkheid tot DNA-onderzoek (p. 3); de Wet op de veiligheids- en inlichtingendiensten (p. 4); het wetsvoorstel Aanpassing bewaarplicht telecommunicatiegegevens (p. 6); de voorgenomen vergunningplicht voor prostituees (p. 4); en het bestrijden van fraude in de sociale zekerheid (p. 29).

Het NJCM constateert daarbij dat harde waarborgen voor de bescherming van de privacy van betrokkenen vaak ontbreken.
Zo creëert de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten de onwenselijke mogelijkheid tot het willekeurig en massaal verzamelen van gegevens van burgers in Nederland of het buitenland. Ook het nieuwe Systeem Risico Indicatie (SyRI) geeft te ruime bevoegdheden, zonder voldoende waarborgen. Risicoprofilering is daarbij bijzonder problematisch, nu het een reëel risico op discriminatie mee zich meebrengt. Het NJCM sluit daarbij aan bij de kritiek van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens. De Raad van State concludeerde in zijn advies bij SyRI immers: “Er [is] nauwelijks een persoonsgegeven te bedenken dat niet voor verwerking in aanmerking komt. De opsomming lijkt niet bedoeld om in te perken, maar om zoveel mogelijk armslag te hebben.”

Een aantal van de genoemde wetten brengt bovendien grote risico’s mee met betrekking tot het beroepsgeheim van bijvoorbeeld artsen en advocaten, de bronbescherming van journalisten of de kritische maatschappelijke rol van NGO’s. Ook kan het massaal opslaan van data een ‘chilling-effect’ hebben op de vrijheid van meningsuiting en informatie.

Bij het ingrijpen in de privacy van burgers zijn wettelijke waarborgen zijn daarbij cruciaal. Het NJCM wijst er hier nog eens op dat toetsing vooraf door de rechter de meeste wenselijke vorm van toezicht is, en in lijn is met Europese rechtspraak, en roept het kabinet op om deze en vele andere waarborgen wettelijk vast te leggen.

Terrorisme

Het NJCM heeft zich al eerder kritisch uitgesproken over de bescherming van mensenrechten in het kader van de bestrijding van terrorisme. De verruiming van diverse bevoegdheden zonder voldoende oog voor de effectiviteit en proportionaliteit van de verruimingen baart zorgen.

Zo spreekt dit kabinet het voornemen uit om de voorlopige hechtenis van terugkerende Syriëgangers voor langere tijd te verlengen (p. 3) en de bevoegdheid tot het afnemen van DNA te verruimen bij verdachten van terroristische misdrijven (p. 3). De argumenten om de groep mensen die van terrorisme verdacht worden anders te behandelen overtuigen echter niet. Ook bij andere misdrijven die tot de zware categorie horen zoals kindermisbruik, mensenhandel, internationaal georganiseerde misdaad en internationale belastingfraude is het onderzoek immers complex en zijn de daders bijzonder gevaarlijk. Het NJCM vraagt daarom bij de voorgenomen wetswijzigingen de noodzaak van de voorgenomen wijzigingen nadrukkelijk te onderbouwen.

Nederland wordt duurzaam

Het regeerakkoord vermeldt dat Nederland een “ambitieus klimaatbeleid” gaat voeren (p. 37). Dat juichen wij toe. De effectieve bescherming tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering is ook een mensenrechtelijke verplichting van de overheid.

Dat blijkt nadrukkelijk met betrekking tot de gaswinning in Groningen (p. 42). Onverantwoorde gaswinning is in strijd met recht op leven, gezondheid en wonen. Daarover heeft het NJCM dit jaar namens een coalitie van NGO’s aan het VN Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten gerapporteerd. Dit comité heeft de Nederlandse staat opgeroepen maatregelen te nemen om de fysieke en mentale gezondheid te waarborgen van mensen die in het Groningsegaswinningsgebied leven, evenals het waarborgen van de veiligheid van hun huizen en woningen. Ook is de overheid opgeroepen de schade te vergoeden en ervoor te zorgen dat toekomstige schade wordt voorkomen.

Om dezelfde redenen is het zorgwekkend dat een aantal ambities in het regeerakkoord niet voldoende urgent zijn geformuleerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de voorgestelde maatregel om “uiterlijk in 2030 de kolencentrales te sluiten”. Dit betekent feitelijk dat deze centrales nog tot 2030 open kunnen blijven en daarmee een zware last leggen op de toch al beperkte toekomstige koolstofbudgetten.
Hetzelfde gebrek aan urgentie zien we met betrekking tot het voorkomen van de opwarming van de aarde. Het kabinet streeft naar 49% reductie van de uitstoot van broeikasgassen terwijl Nederland zich binnen de EU inzet voor de hogere reductienorm van 55 %. Bovendien wil het kabinet ook de mogelijkheid open houden om te kunnen afwijken van deze (te lage) 49%-norm terwijl een verlaging van de norm niet tot de ‘veilige’ opties behoort volgens het klimaatakkoord van Parijs.
Het NJCM roept het kabinet op om zijn klimaatbeleid mensenrechtenconform uit te voeren.

Migratie

Het kabinet heeft vooral veel plannen met betrekking tot het reguleren van migratie, zoals het sluiten van overeenkomsten met zogeheten veilige derde landen (p. 51) om de migratiestroom naar Europa te reguleren. Het NJCM herinnert eraan dat een dergelijke overeenkomst, namelijk de EU-Turkije Overeenkomst, door verschillende academici en organisaties hevig is bekritiseerd omdat het niet effectief is doordat vluchtelingen andere routes naar Europa kiezen. Maar vooral omdat het mensenrechten ondermijnt waaronder het recht op asiel, het verbod van collectieve uitzetting en het verbod van refoulement.

Het NJCM vindt het daarom zorgwekkend dat het nieuwe kabinet voornemens is meer van dit soort overeenkomsten te sluiten en roept het kabinet op om de kernwaarden van het asielrecht te waarborgen.

Bij het slotstuk van het migratiebeleid, de opvang van vreemdelingen zonder verblijfstatus (p. 53-54) plaatst het NJCM eveneens kanttekeningen. Het NJCM vreest dat de voorgenomen twee weken opvang in één van de acht landelijke vreemdelingenvoorzieningen (LVV) in veel gevallen niet afdoende is om te kunnen vertrekken. In de zaak Hunde over het Nederlandse vreemdelingenbeleid heeft het EHRM in 2016 overwogen dat in Nederland voldoende wordt gedaan om onmenselijke behandeling ex artikel 3 EVRM te voorkomen daarbij wijzend op allerlei constructies die zich in Nederland voordoen, waaronder de VBL, de buitenschuldverklaring én de organisatie van gemeentelijke ‘bed, bad en brood’-opvang. Met deze uitspraak in het achterhoofd is het denkbaar dat de LVV-constructie uit het nieuwe regeerakkoord niet toereikend is om een veroordeling vanuit Straatsburg te voorkomen. Ook de Verenigde Naties hebben dit jaar erop gewezen dat het slechts onder voorwaarde opvang van vreemdelingen zonder verblijfstatus in strijd is met verschillende mensenrechten.
Het NJCM verzoekt het kabinet om deze opvang mensenrechten-conform vorm te geven en niemand op straat achter te laten.

Download hier de hele tekst inclusief noten.

Share on LinkedInShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter