Nederlands Tijdschrift voor de Mensenrechten

Jaargang 51, 2026, Nummer 1

In dit nummer onder meer aandacht voor de grenzen van het betoog: een beschouwing van het begrip ‘laakbaarheid’ in de context van artikel 11 EVRM; Toepassing van het EVRM door de Nederlandse rechter, en; Het recht op vrijheid van gedachte: een onderbelicht recht in de schijnwerpers

Artikelen

T. Dekker & D. Ebinum, 51-1, p. 3-36

De grenzen van het betoog: een beschouwing van het begrip ‘laakbaarheid’ in de context van artikel 11 EVRM

E. Gijselaar & A. Kuiper, 51-1, p. 37-57

Toepassing van het EVRM door de Nederlandse rechter

N. van de Pol & S. Ligthart, 51-1, p. 58-72

Het recht op vrijheid van gedachte: een onderbelicht recht in de schijnwerpers

M. Breedijk & A. Yayla, 51-1, p. 73-93

Kunt u ons de weg naar Straatsburg vertellen, meneer?

G. Nederbragt, 51-1, p. 94-112

Het nemo-teneturbeginsel in strafzaken in een nieuw licht

M. Bot, 51-1, p. 113-134

Habermas, de democratische rechtsstaat en de Israël-uitzondering

Actualiteiten

J. ter Braak, D. van Thiel, P. van der Heijden & N. van Tuijl, 51-1, p. 135-146

Kroniek Mensenrechten en bedrijfsleven

M. Beijer, A. Pahladsingh & G. de Vries, 51-1, p. 147-154

Kroniek EU en mensenrechten

M.S. Avramtcheva, B. Burger & J. Bossenbroek, 51-1, p. 155-164

Tussen New York en Genève: VN-kroniek

L.P. Dikkers & A. Yayla, 51-1, p. 165-176

Chroniques Strasbourgeoises

B.E.P. Myjer, 51-1, p. 177-183

Myj/mering. Het EVRM een eigentijdse krasse knar die zijn verantwoordelijkheden echt wel kent. Ook tegenover ‘eigen volk eerst’