4 oktober 2017: Oordeel CRvdM over toegang tot app internetbankieren voor blinde klant

UTRECHT. De Rabobank heeft een blinde klant gediscrimineerd door hem geen gelijkwaardige toegang te verlenen tot de app voor mobiel bankieren van de bank. Dat heeft het College voor de Rechten van de Mens (CRvdM) in een oordeel van 4 oktober 2017 bepaald.

De nieuwe versie van de app was voor de blinde man niet toegankelijk. De bank ging niet in op het verzoek van de man om toegang te krijgen tot de oude versie van de app, die wel voor hem toegankelijk was.

Ingevolge de Wet gelijke behandeling bij handicap en chronische ziekte (Wgbhcz) dienen bedrijven hun goederen en diensten toegankelijk aan te bieden. Zij dienen doeltreffende aanpassingen te verrichten voor klanten met een beperking als dat nodig is. Die verplichting geldt niet als de gevraagde aanpassing een onevenredige belasting vormt voor het bedrijf.

De Rabobank toonde niet aan dat het verzoek van de man om toegang tot de app een onevenredige belasting vormde voor het bedrijf. De bank gaf aan een nieuwe app te moeten ontwikkelen om de voice-overfunctie mogelijk te maken. De bank maakte echter niet duidelijk waarom de oude app niet opnieuw aan de man kon worden aangeboden.

Naar het oordeel van het CRvdM had de bank moeten ingaan op het verzoek van de man op een tijdelijke oplossing, zoals toegang tot de oude, toegankelijke versie van de app. De bank heeft jegens de man verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt.

De volledige tekst van het oordeel van het CRvdM is te downloaden in het onderstaande.

BRONNEN:

Oordeel CRvdM 4 oktober 2017 (2017-107)
Persbericht CRvdM 6 oktober 2017

Share on LinkedInShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter