Nederland in de VN-Veiligheidsraad: NJCM-blog 3

Het Koninkrijk der Nederlanden heeft op 1 januari 2018 de zetel in de VN-Veiligheidsraad in New York overgenomen van Italië. Anne Aagten en Evita Jager van de werkgroep IBM van het NJCM volgen het lidmaatschap op de voet en berichten dit jaar regelmatig over deze nieuwe rol van Nederland en de ontwikkelingen daaromtrent.

Deze derde NJCM-blog betreft een onderwerp waar Nederland zich op heeft ingezet tijdens het voorzitterschap van de VNVR afgelopen maart: vrouwenrechten en gendergelijkheid. Kon Nederland een verschil maken? We vroegen het Anne-Floor Dekker van het Nederlandse genderplatform WO=MEN.

Maart 2018 was een belangrijke maand voor het Koninkrijk der Nederlanden, omdat de eer van het voorzitterschap van de VNVR ‘ons’ toekwam. Tijdens de presentatie van het programma van het voorzitterschap op 1 maart jl. benadrukte Karel van Oosterom, president van de Veiligheidsraad namens Nederland, onder meer dat hij aandacht wilde vragen voor de internationale Vrouwendag op 8 maart.

Op 8 maart stond een debat op het programma met onder meer Sigrid Kaag, Minister van Buitenlandse Zaken. Zij vroeg aandacht voor de situatie in Afghanistan en ‘vrouwen, vrede en veiligheid’. Voorafgaand aan dit debat werd het mandaat van de VN-hulpmissie in Afghanistan (UNAMA) verlengd in de vorm van Resolutie 2405Hierin wordt de belangrijke rol van vrouwen in het bereiken van duurzame vrede en veiligheid na een lange periode van conflict benadrukt.

Wat is eigenlijk het belang van Internationale Vrouwendag en, meer algemeen, aandacht voor de rechten van de vrouw en de invloed van vrouwen op vrede en veiligheid?

Internationale Vrouwendag wordt in andere landen veel actiever gevierd dan in Nederland. Alleen binnen specifieke kringen is er aandacht voor ‘8 maart’, zo begint Dekker. De politiek draagt wel een steentje bij, maar toch leeft het niet echt onder het brede publiek. Dit is wel het geval in veel andere landen, waar nog dagelijks strijd wordt gevoerd voor vrouwenrechten en gendergelijkheid.

Het belangrijkste VN-document in het kader van ‘vrouwen, vrede en veiligheid’ is Resolutie 1325. De Veiligheidsraad besteedt er elk jaar in oktober aandacht aan met een open debat over (het monitoren van) de participatie van vrouwen in het vredesproces, bij conflictpreventie en de bescherming van de rechten van vrouwen en meisjes tijdens en na een conflict. Resolutie 1325 benadrukt het belang van de rol van vrouwen in het voorkomen en oplossen van conflicten en bij het stichten van vrede. Sommige conservatieve leden in de Veiligheidsraad menen dat er in die periode al genoeg aandacht is voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Op andere momenten, zoals op 8 maart, willen zij geen extra aandacht voor dit onderwerp.

Op het gebied van vrouwenrechten en gendergelijkheid is wat Nederland tot nu toe gedaan heeft wel heel mooi, zegt Dekker. Twee momenten afgelopen maart verdienen speciale aandacht. Ten eerste  nam Nederland het voortouw tot het schrijven van de nieuwe Resolutie 2405 over de hulpmissie in Afghanistan. Het drong daarbij aan op het integreren van zogenaamde ‘women, peace and security language’ in de resolutie. Tot het eind toe bleef het spannend of dat zou worden geaccepteerd door de meer conservatieve landen. Er is een aantal ‘women, peace and security friendly countries’, zoals Nederland, Zweden en permanente leden van de VNVR het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten. Deze landen promoten dit type taalgebruik actief. China en Rusland daarentegen zijn vaak niet zo blij met dit soort formuleringen in resoluties. Het was daarom een gok van Nederland of de resolutie er in deze vorm, inclusief ‘women, peace and security language’, doorheen zou komen. Tegelijkertijd was het ook een duidelijk statement dat vrouwenrechten wel degelijk standaard meegenomen moeten worden in het besluitvormingsproces.

Het tweede belangrijke moment was dat minister Kaag op 8 maart de veiligheidsraad heeft voorgezeten met de oproep aan de andere leden om met vrouwelijke afgevaardigden te komen. Volgens Dekker was voor het eerst in de geschiedenis van de VNVR de meerderheid van de aanwezige vertegenwoordigers vrouw. Een symbolische stap in de goede richting.

Hoe zorgden onder meer Karel van Oosterom en Sigrid Kaag ervoor dat er een meer permanente Nederlandse stempel wordt gedrukt op de agenda van de VNVR?

Dekker is kritisch over de mogelijkheden die Nederland had om te zorgen voor meer gendergelijkheid. Zij geeft aan dat vrouwen formeel meer betrokken zouden moeten worden bij vredesoperaties. De implementatie van Resolutie 1325 is echter lastig, omdat de diverse VN-instituties vaak geen goed beeld kunnen vormen van de impact van de Resolutie in de praktijk. Zij spreken alleen met formele woordvoerders van de (lokale) overheid en de informatie die zo wordt verkregen komt dus van een bepaald officieel niveau. Daardoor is het moeilijk om te onderzoeken wat zich daadwerkelijk afspeelt in het veld. Daarbij zijn de formele woordvoerders meestal mannen, terwijl vrouwenvertegenwoordigers bij vredesprocessen, zoals in Syrië bijvoorbeeld, vaak diaspora-vrouwen zijn. Deze vrouwen wonen dikwijls niet meer in het conflictgebied en hebben vaak een vrij hoge status. Voor hen is het relatief eenvoudig om aan de middelen en de visa te komen om af te reizen naar New York of Genève. Vrouwen die nog in het conflictland wonen, niet bekend zijn of niet de nodige middelen hebben om af te reizen naar internationale vredesbesprekingen, worden niet of nauwelijks gehoord, zegt Dekker, en daardoor krijg je een beperkte informatieverstrekking. De Veiligheidsraad zou daarom werkbezoeken moeten afleggen of anders moeten vergaderen, met als doel het verkrijgen van belangrijke informatie of het vergroten van de toegang van de gewone burgerbevolking tot het internationale politieke niveau.

Ook het eigenaarschap (‘ownership’) van VN-vredesoperaties is een belangrijk pijnpunt. Volgens Dekker ligt dit namelijk niet bij de lokale mensen, maar wordt het op internationaal niveau gedomineerd. Daarnaast kan het ingewikkeld zijn om duurzame vredesoperaties te laten slagen, omdat strijdende partijen alle macht wordt toebedeeld door de internationale gemeenschap. Zij worden tenslotte gevraagd om de basis te leggen voor het vredesproces, zoals in Jemen is gebeurd. Het maakt het er ook niet beter op dat bij de gesprekken over de voorwaarden voor vrede voornamelijk mannen worden betrokken. De adviesraden, die o.a. door Nederland worden ondersteund en waar vrouwen plaats in kunnen nemen, betreffen bovendien de agenda’s van de strijdende partijen. Dit maakt het onmogelijk om een breed draagvlak te creëren voor een vredesproces. Bovendien biedt het ook weinig mogelijkheden voor transformatie naar een samenleving waarin de macht gelijkwaardig is verdeeld, concludeert Dekker. Er is dus nog veel ruimte voor verbetering!

Evita Jager

De VN-Veiligheidsraad is het hoogste politieke orgaan van de VN, waarin beslissingen worden genomen over internationale vrede en veiligheid. Hier worden alle belangrijke internationale conflicten besproken, maar ook mensenrechtenschendingen en humanitaire hulp. De Veiligheidsraad bestaat uit vijf permanente leden, de zogenaamde P5: de VS, Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die elk een vetorecht hebben waarmee zij beslissingen van de Veiligheidsraad kunnen blokkeren. De niet-permanente leden moeten worden gekozen en hebben geen vetorecht. 

In 2018 is Nederland een van de tien niet-permanente leden van de Veiligheidsraad.

Nederland was zes keer eerder lid, waarvan de laatste keer in 1999-2000. Het lidmaatschap van Nederland van de Veiligheidsraad in 2018 zal worden geleid door de ervaren VN-diplomaat Karel van Oosterom.
Als verkozen lid zal Nederland ook participeren in subsidiaire organen (o.a. sanctiecomités) van de Veiligheidsraad en tevens het voorzitterschap vervullen van het sanctiecomité Noord-Korea en het Iran/Joint Comprehensive Plan of Action facilitatiemechanisme