Nederland in de VN-Veiligheidsraad: NJCM-blog 2

Op 1 januari 2018 heeft Nederland Italië opgevolgd in hun gedeelde lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad in New York. In deze tweede NJCM-blog ligt de focus op het streven van Nederland om de werkmethoden van de Raad te verbeteren. Specifieke aandacht gaat uit naar het inperken van het vetorecht van de permanente leden in situaties van grootschalige mensenrechtenschendingen. Evita Jager, Lisa van Paaschen en Anne Aagten van de werkgroep IBM van het NJCM volgen dit lidmaatschap op de voet en berichten dit jaar regelmatig over deze nieuwe rol van Nederland en de ontwikkelingen daaromtrent.

Hervorming van de VN-werkstructuren

In augustus vorig jaar is de zogenoemde ‘Comprehensive New Note 507’ aangenomen door de leden van de VN-Veiligheidsraad (hierna: VNVR of de Raad). Dit document bevat richtlijnen om de werkmethoden van de VNVR te verbeteren. Het is samengesteld in 2017 op initiatief van Japan, dat toen voorzitter was van de informele werkgroep over documentatie en andere procedurele issues aangaande de VNVR. Naast procedurele voorstellen, zoals de gewenste spreekvolgorde in de Raad, de manier van bekendmaking van de agenda en de manier waarop documenten verspreid worden, is er ook een aantal voorstellen aangenomen die erop zien om de besluitvorming van de VNVR te verbeteren. De VNVR heeft bijvoorbeeld besloten om de samenwerking met het maatschappelijk middenveld en niet-gouvernementele organisaties te verbeteren en te versterken. Dit houdt in dat deze organisaties vaker dienen te worden geconsulteerd en uitgenodigd voor bijeenkomsten over thema’s van hun expertise. Verder wil de VNVR staten die geen lid zijn beter gaan betrekken bij de besluitvorming over zaken waar zij belang bij hebben. Dit naar aanleiding van The World Summit in 2005 (par. 153-154), waar de wereldleiders hebben geadviseerd om de transparantie, efficiëntie en representativiteit van de VNVR te vergroten door regelmatig niet-leden uit te nodigen voor bijeenkomsten. De optimalisatie van werkstructuren is essentieel voor het goed functioneren van de VNVR om zo haar belangrijkste doel, internationale vrede en veiligheid, te kunnen nastreven. Op 6 februari 2018, tijdens het voorzitterschap van Koeweit vond een open debat plaats over dit onderwerp. Ook Nederland heeft tijdens de campagne voor het VNVR-lidmaatschap aangegeven te willen inzetten op het verbeteren van de werkstructuren van de Raad.

Yvonne Donders, professor internationale mensenrechten en culturele diversiteit aan de Universiteit van Amsterdam, zegt hierover:

‘Nederland zal zeker proberen om via formele en informele kanalen aandacht hiervoor te vragen. Door middel van lobbyen zal worden geprobeerd ook andere landen hiervoor warm te laten lopen. Echter, is op dit moment niet bekend of het verbeteren van de VNVR-werkstructuren concreet op de werkagenda van Nederland staat.’

Het inperken van het vetorecht bij grootschalige mensenrechtenschendingen

Een veel controversiëlere verandering van de werkmethoden van de VN-Veiligheidsraad betreft het inperken van het vetorecht van haar vijf permanente leden: de Verenigde Staten, Frankrijk, Engeland, Rusland en China (hierna: de P5). Door het verlammende effect van het vetorecht van de P5, bijvoorbeeld in de context van het conflict in Syrië, staat dit thema volop in de actualiteit. Een recent voorbeeld is een gedragscode opgesteld in juli 2015 door de Accountability, Coherence and Transparancy Group bestaande uit 27 VN-lidstaten. Deze code streeft ernaar dat lidstaten van de VN-Veiligheidsraad niet kunnen stemmen tegen resoluties die betrekking hebben op het plegen van internationale misdrijven zoals genocide. Verder is er het The Elders-voorstel, opgesteld in februari 2015 door prominente ‘global leaders’ onder voorzitterschap van voormalig secretaris-generaal Kofi Annan. Dit voorstel ambieert dat de P5 alleen hun veto tegen resoluties mogen inzetten, indien zij duidelijk en publiekelijk een alternatieve oplossing voor de desbetreffende situatie van ernstige mensenrechtenschendingen aandragen.

Tijdens het open debat van 6 februari jongstleden, verklaarde Karel van Oosterom, de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de VN, dat Nederland zich volledig schaart achter weer een ander initiatief, afkomstig van Frankrijk en Mexico. Dit voorstel ziet erop dat in gevallen waarin op grote schaal de meest ernstige misdrijven worden gepleegd, namelijk genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven, het vetorecht van de P5 niet in de weg mag staan bij het aannemen van resoluties die zien op het zo snel mogelijk eindigen van die situaties. Deze beperking van het vetorecht kan enkel worden doorgevoerd door de secretaris-generaal, indien, in een specifieke situatie van grootschalige mensenrechtenschendingen, ten minste 50 leden van de Algemene Vergadering van de VN dit verzoeken. Op dit moment hebben 96 lidstaten van de VN publiekelijk hun algemene steun voor dit voorstel kenbaar gemaakt. Er is nog geen sprake van toepassing van de beperking van het vetorecht in een specifiek geval. Donders zegt hierover:

‘In maart 2018, zou Nederland als voorzitter van de VNVR dit initiatief zeker kunnen agenderen om de discussie voort te zetten en mogelijk een bredere steun te verkrijgen. Er zijn echter diverse andere onderwerpen, zoals de conflicten in Syrië en Jemen en de situatie in Noord-Korea, die direct de aandacht vragen van de VNVR. Niettemin zou voorkomen moeten worden dat het onderwerp weer naar de achtergrond verdwijnt.’

Zaterdag 24 februari jongstleden nam de VNVR unaniem Resolutie 2401 aan waarin partijen in het conflict in Syrië wordt opgedragen hun wapens neer te leggen tijdens een staakt-het-vuren van 30 dagen. Het doel is onder andere om humanitaire hulpverlening mogelijk te maken. Helaas werd dit staakt-het-vuren vrijwel direct geschonden door militaire operaties in de regio Ghouta, in het oosten van Syrië. De verschrikkelijke gevolgen maakten het zelfs voor de Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA) onmogelijk om slachtoffers van de aanvallen te helpen. De woordvoerder van OCHA drong erop aan om tot implementatie van het staakt-het-vuren over te gaan, aangezien ‘actie nodig is, geen woorden’.

Of de hervormingen van het vetorecht op de agenda van de VNVR komen te staan tijdens het Nederlandse voorzitterschap zal sterk afhangen van de mate waarin gehoor wordt gegeven aan deze oproep.

Anne Aagten

De VN-Veiligheidsraad is het hoogste politieke orgaan van de VN, waarin beslissingen worden genomen over internationale vrede en veiligheid. Hier worden alle belangrijke internationale conflicten besproken, maar ook mensenrechtenschendingen en humanitaire hulp. De Veiligheidsraad bestaat uit vijf permanente leden, de zogenaamde P5: de VS, Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die elk een vetorecht hebben waarmee zij beslissingen van de Veiligheidsraad kunnen blokkeren. De niet-permanente leden moeten worden gekozen en hebben geen vetorecht.

In 2018 is Nederland een van de tien niet-permanente leden van de Veiligheidsraad.
Nederland was zes keer eerder lid, waarvan de laatste keer in 1999-2000. Het lidmaatschap van Nederland van de Veiligheidsraad in 2018 zal worden geleid door de ervaren VN diplomaat Karel van Oosterom.

Als verkozen lid zal Nederland ook participeren in subsidiaire organen (o.a. sanctiecomités) van de Veiligheidsraad en tevens het voorzitterschap vervullen van het sanctiecomité Noord-Korea en het Iran/Joint Comprehensive Plan of Action facilitatiemechanisme.